Preek op de tweede zondag van de Advent
Lezingen: Jes. 11, 1 -10 en Matth. 3, 1 -12
Zusters en broeders,
Dromen zijn bedrog, luidt een spreekwoord. Sommige mensen hebben hele grote dromen. Ze willen profvoetballer worden, zonder daar de capaciteiten voor te hebben. Ze willen rijk worden, maar de enige mogelijkheid die ze daartoe hebben is het winnen van de loterij. Van een droom kan ook een stimulans uitgaan. Al heel vroeg droomde ik er van priester te mogen worden. Die droom wordt niet zomaar verwerkelijkt. Je moet door heel wat heen. Maar er gaat van de droom wel een kracht uit. Nog sterker geldt dat voor de droom van Martin Luther King. Hij droomde er van dat zwarte en witte mensen hand in hand en schouder aan schouder door het leven zouden gaan. Jaren na zijn dood kwamen er gelijke burgerrechten.
Een goede kennis van mij droomde er van dat katholieken en protestanten in Noord Ierland vreedzaam naast elkaar zouden leven. Samen met anderen richtte hij een vakantiehuis in. Katholieke en protestante kinderen konden daar samen vakantie vieren. Hij maakte werk van zijn droom en zo komt die droom wat dichter bij.
De bijbel staat vol dromen. Hele mooie en betekenisvolle dromen. Een daarvan hebben we vandaag gelezen. Die droom wordt naar voren gehaald in een heel moeilijke tijd. Aan alle kanten wordt Israël bedreigd. Ze zal in ballingschap gaan. Ze is zwak. Ze wordt onder de voet gelopen door oorlogszuchtige heersers. Er zijn zwakke leiders, die alleen hun eigen belang op het oog hebben. De profeet kondigt een leider aan, op wie de geest des Heren rust. Hij brengt een wereld teweeg, waarin aan de kleinen recht wordt verschaft. Dieren verscheuren elkaar niet, maar leven vreedzaam naast elkaar. En natuurlijk zijn die dieren een beeld voor de mensen. Niet langer zal de ene mens voor de ander een wolf zijn. De hele aarde zal vol zijn van de liefde tot God en dat brengt een wereld teweeg van vrede en eenheid.
In de Advent verwachten we de komst van de Messias. We verwachten de geboorte van een kind. Vandaag wordt duidelijk dat we met die komst verwachten dat er een nieuwe en andere wereld mogelijk is. Die wereld heeft betrekking op de grote politiek en op de internationale verhoudingen. Niet langer zal de ene mens slachtoffer zijn van de ander. Die wereld heeft ook betrekking op onze kleinere wereld. We zullen leven in vrede met elkaar. Onze wonden worden gezien en gezalfd. Onze tranen worden opgevangen in een kruik. Onze kleinheid wordt niet onder de voet gelopen. Onze krachten worden gekoesterd en tot leven gebracht. We worden niet opzij gezet of belachelijk gemaakt. We worden erkend in onze waarde en kostbaarheid.
Advent is een tijd van verwachting. Die verwachting betreft de komst van onze Heer in ons bestaan. Op Kerstmis vieren we wat is gebeurd en nog steeds gebeurt. Ons leven wordt gedragen. Onze toekomst is geen uitzichtloos bestaan. God is mens geworden. Tegelijk of misschien juist daardoor vieren we dat er een nieuwe wereld is aangebroken. En die wereld lijkt op dat visioen, op die droom, die door de profeet wordt geschetst.
Vandaag komt Johannes de Doper aan het woord. Hij is een profeet van de Advent. Hij wijst immers Jezus van Nazareth aan als Messias, als de Christus. Hij vindt van zichzelf dat Hij het niet eens waard is, om Zijn leerling te zijn. In de Joodse traditie geldt, dat als een leerling niet kan luisteren, hij in ieder geval nog de sandalen van zijn Meester kan dragen. Maar zelfs daartoe vindt Johannes zichzelf niet waardig.
Maar zijn rol is daarmee niet uitgespeeld. Ook niet voor zichzelf. Hij roept op tot bekering, want her Rijk der hemelen is nabij. Dar Rijk der hemelen lijkt op het visioen, op de droom die Jesaja schetst. Dat Rijk der hemelen is nabij. Hij heeft dat goed gezien. Jezus zelf is niet alleen een verkondiger maar ook een drager geweest van dat Rijk der hemelen. Dat was Hij door vrede te stichten, door mensen waardigheid te verlenen. Hij genas zieken. Gaf armen nieuwe hoop, beoefende gerechtigheid en barmhartigheid.. Hij had lief te einde toe en door zichzelf te geven.
Dat had Johannes de Doper in de gaten. Maar om Hem en dat koninkrijk der hemelen te zien is bekering nodig. Er moet iets met de toehoorders, met ons gebeuren. Die opdracht luidt:t. ´Bekeert u`. Dat bekeren is een veelomvattend begrip. Volgens sommige is dat ‘omkeren´, anders gaan leven, een andere levensstijl zoeken. Misschien is dat voor sommige onder ons ook wel nodig. Of misschien is dat voor ieder van ons nodig op dat of dat terrein. Maar dat woord ´bekeren´heeft nog een andere klank. Het gebeurt nog wel eens dat mijn plantjes droog komen te staan. De grond in de plantenbak is hard geworden en ik moet er echt iets aan doen om de aarde weer soepel te maken en het water door te laten komen. Zoiets kan ook met onze eigen geest. Soms is het dor, droog en hard van binnen. ´Ze zoeken het maar uit. Het zal mijn tijd wel duren. Ieder voor zich en God voor ons allen´Dat zijn uitingen van die hardheid van onze geestelijke grond. Maar u weet vast wel wat ik bedoel Soms kan je ontoegankelijk zijn voor welke aanwijzing of goede raad ook. Soms ben je absoluut niet in staat om iets van een ander aan te nemen, laat staan dat je open kan staan voor gebed of voor Gods stem in je binnenste.
Dat is echter wellicht wel iets waar we wat aan kunnen doen. Geduld, vertrouwen, mededogen, mildheid of wellicht boosheid, strijdvaardigheid of ongeduld. Dat zijn eigenschappen die soms iets van onze donkere kanten laten zien maar die we juist ook kunnen aanwenden voor het goede. Geduld, vertrouwen, mildheid hebben opvoeders hard nodig in het omgaan met kinderen en jongeren. We hebben het ook nodig in het omgaan met elkaar. Boosheid, ongeduld, strijdvaardigheid hebben we wellicht nodig om ons niet neer te leggen bij hoe het nu eenmaal gaat.
Bekering is ons aandeel. Bekering kan bij wijze van spreken het koninkrijk der hemelen nog dichterbij brengen. Het maakt onze ogen open om te zien, wat we nog niet wilden zien. Bekering kan ons ook helpen te blijven geloven in de droom van God, die Jesaja verwoordt en die ons gaande houdt om met moed, vertrouwen, hoop en liefde te leven.
Pastor Leo Nederstigt



Archieven

