ABG Parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Archieven

Preek op Kerstmis 2010

E-mail Afdrukken PDF

Preek op Kerstmis 2010

Zusters en broeders,

Niet lang geleden is zij op hoge leeftijd gestorven. Vanaf haar tiende moest zij op krukken lopen. Niet lang daarna kwam ze in een rolstoel terecht. En dat bleef zo, haar hele leven lang. Dat was niet het enige. Vanaf haar vierde jaar werd zij misbruikt door haar opa. Iedere week moest hij op haar passen. Pas veel later begreep ze wat er met haar gebeurde. Maar ze zweeg er over. Jarenlang. Ze wilde de naam van haar opa niet bezoedelen. Ze  was bang dat zij de oorzaak zou zijn van ruzie in de familie. En ze meende dat ze eerbied moest hebben voor haar opa.

Maar dat zwijgen eiste zijn tol . Ze werd achterdochtig, angstig, wantrouwend. Al die gevoelens maakten haar voor een aantal mensen moeilijk in de omgang. En dat veroorzaakte weer nieuwe teleurstellingen.

Op late leeftijd werd ze gedoopt. Ze kon niet anders dan geloven. Ze kwam in contact met een pastor. Hij bleef met geduld en grote trouw naast haar staan, ook al kon ze moeilijk en soms onmogelijk zijn. Er volgde een uitgebreide briefwisseling. Er kwam een boekje uit met fragmenten uit die brieven. Zo kregen ook anderen inzicht in een pijnlijk doorworsteld leven. ‘Ik ben wel lief’, was de titel van dat boekje. Dat was een hartenkreet, die ze menigmaal uitte in doorwaakte nachten. ‘Ik ben wel lief’. Het duurde jaren tot er eindelijk iemand was, die de pijn, de angst en het verlangen van deze kreet echt door had.

‘Ik ben wel lief’. Vindt u het raar, als ik deze kreet verbind met kreten, die mensen eeuwenlang en in verschillende vormen richten tot de Allerhoogste. ‘Zie mij, neem mij aan…Wees goed voor mij….Laat me niet in de steek…Ontferm u over mij…Heb mededogen met mij..’ Het is een diep verlangen van de mens om echt gezien, begrepen en aanvaard te worden. Ik voel dat verlangen in vele verhalen van de Bijbel. U weet dat de Bijbel niet enkel een verhaal is van geslaagde en heilige mensen. Ook daarvan is sprake, maar er gaat meer aandacht uit naar gebroken, onmachtige, verdrietige mensen. Je hoort over verliezers, die er steeds maar naast zitten. Je hoort over stiekemerds, die de werkelijkheid naar hun hand zetten om hun eigen gedrag te rechtvaardigen. Veel aandacht gaat uit naar het volk Israël. De Allerhoogste had hen uitgekozen, om te kunnen liefhebben naast al die andere volken. Aan hen vroeg Hij Zijn naam hoog te houden en Zijn wil te eerbiedigen. Maar wat kwam er van terecht.

‘Ik ben wel lief….’ In de gebeden van Zijn volk moet de Allerhoogste dat verlangen van Zijn volk en van de mens gezien hebben om erkenning, vergeving, aanvaarding. Dat gebed is gehoord. En dat vieren we vandaag.

We vieren vandaag, dat de Heer heeft omgezien naar Zijn volk. De Heer heeft zich om de mens bekommerd. Hij liet dat zien op een wijze, die een mens zich nauwelijks kon voorstellen. Hij werd zelf mens. Geen mens, die in een paleis werd geboren. Geen mens, die vanaf het begin al opviel of gevolgd werd. Hij werd geboren als een dakloze, zonder aanzien, zonder macht. Hij was door de middenstand van Bethlehem niet gewenst. Zijn ouders mochten blij zijn met een lege stal in de velden. Herders merkten de geboorte op. En het leek wel alsof zij in die nacht eindelijk het gevoel kregen, dat zij er toe deden. Hun bestaan was niet betekenisloos, niet onvruchtbaar of zinloos. In een kind ontmoetten zij Hem, wiens naam ze nauwelijks op de lippen durfden nemen, omdat hun levenswijze niet strookten met de regels en de voorschriften, die mensen van aanzien hen hadden voorgehouden.

‘Ik ben wel lief’. Het duurde heel lang voordat die lieve mevrouw die ik gelukkig ook jaren lang mocht kennen, dat voelde en door kreeg. Het bleef een broos en kwetsbaar besef, maar het brak soms door als het licht van de dageraad.

Het leven van deze vrouw leerde me heel veel over de pijn, die mannen en vrouwen, die ooit misbruikt zijn, moeten doorstaan. Maar dat niet alleen. Haar leven gaf mij ook een besef, dat wij als gelovige mensen een groot geheim of zo je wilt een groot geschenk mogen koesteren. Dat geheim is nauw verbonden met wat je liefde kan noemen. De mens is kostbaar. Zij is geliefd. Er wordt van hem gehouden. Er wordt van ons gehouden. De wereld gaat niet ten onder aan haar eigen duisternis. ‘Licht straalt heden over ons. De Heer is geboren’.

Het is niet vanzelfsprekend dat we geliefd zijn. Gelukkig ben ik God niet. Ik had het al lang opgegeven: Die manier waarop we met elkaar omgaan, die machtsspelletjes, die arrogantie, dat geweld, die brutaliteit, die onbarmhartigheid, die onrechtvaardige toestanden, dat misbruik tot in Zijn kerk toe….Zo was het niet bedoeld. Maar de Allerhoogste heeft waarschijnlijk met heel bijzondere ogen naar de mens gekeken. Hij keek naar ons verlangen, naar ons gemis, naar onze onmacht, naar onze angst en naar ons verdriet. Hij zag geen andere mogelijkheid dan lief te hebben. En als het menselijkerwijze onmogelijk was, dan maakte Hij de mens beminnenswaardig. Wellicht heeft het leven en de dood van Zijn Zoon Hem geholpen voortaan met milde ogen naar de mens te kijken.

Af en toe moeten we het horen. Want de menselijke strijd is hard en duurt lang. We verliezen soms ons geduld en de moed. We worden angstig en somber. Gelukkig is het ieder jaar Kerstmis. Ieder jaar horen we ‘geliefd is de mens’…’Je bent wel lief’. We horen het totdat we het geloven en niets anders kunnen dan op een gelijke wijze elkaar lief te hebben en te omgeven met mildheid en eerbied.

Pastor Leo Nederstigt