Maak kijkwoestijntje voor de veertigdagentijd

EEN KIJKWOESTIJNTJE VOOR DE VEERTIGDAGENTIJD

Al vele jaren richt ik tijdens de Veertigdagentijd een kijkwoestijntje in als voorbereiding op Pasen.

Op de plek waar rond Kerstmis mijn kerststalletje staat, zet ik een mooie houten bak neer een vul die met zand: een woestijntje als herinnering van de beproeving van Jezus in de woestijn. Een paar ronde kiezelstenen verwijzen naar de verleiding om van stenen brood te maken. Op de achtergrond zet ik een afbeelding neer van een grote 40 waarbij ik in de 0 een visioen geschilderd heb van de boom in het paradijs, want de eerste lezing van die zondag gaat over de beproeving van Adam en Eva in het paradijs.
Op de tweede zondag zet ik een afbeelding van een berg op de achtergrond omdat het evangelie over de verheerlijking van Jezus op de berg gaat. In de woestijn leg ik wegen aan, want de eerste lezing gaat over Abraham die op weg moet gaan. De weg markeer ik met witte steentjes, want na de verheerlijking op de berg trekt Jezus verder met zijn leerlingen, gesterkt door de hemelse ervaring.
De derde, vierde en vijfde zondag richt onze aandacht op de thema’s die in de paasnacht centraal staan: water, licht en leven.

Op de derde zondag horen we hoe het joodse volk door de woestijn trekt onder leiding van Mozes, die water uit de rots slaat opdat ze met nieuwe moed verder kunnen trekken. Levenwekkend water is ook het thema in het evangelie: het gesprek van Jezus met de vrouw bij de bron.
In mijn kijkwoestijntje maak ik een bron door er een toepasselijk bakje met water in te zetten.

Op de vierde zondag horen we waarom David tot koning wordt gezalfd en niet één van zijn oudere broers: God ziet niet zoals mensen zien.
Ook in het evangelie speelt licht/zien een rol bij de genezing van de blindgeborene.
Boven mijn kijkwoestijntje hang ik een spotje waardoor je alles in een ander licht ziet.
Op de vijfde zondag horen we hoe de profeet Ezechiël, tijdens de ballingschap, het volk weer nieuwe moed inspreekt: God zal als het ware hun graven openen en hen terugvoeren naar hun eigen land. In het evangelie horen we hoe Jezus zijn vriend Lazarus uit het graf terugroept.
In mijn kijkwoestijntje zet ik bakjes met natte watten waarop ik tuinkerszaadjes strooi: je kunt de zaadjes bijna zien groeien, zoals nieuw leven ontkiemt.
Op Palmzondag vieren we de intocht van de Messias: Jezus komt, zachtmoedig gezeten op een ezel, Jeruzalem binnen.
Voorin mijn kijkwoestijntje maak ik een ereboog van palmtakjes.
Op Witte Donderdag oogst ik mijn tuinkers en leg het op een matses om op te eten: een herinnering aan de bittere kruiden bij het Laatste Avondmaal.

Op Goede Vrijdag ziet mijn kijkwoestijntje er leeg uit.

Met Pasen verander ik mijn kijkwoestijntje in een bloeiende paastuin: met veel kleine trompetnarcisjes omdat die ook wel paaslelies worden genoemd.
Het is een herinnering aan Maria Magdalena, die haar Heer ontmoet in de tuin!Zo wordt de Veertigdagentijd voor mij een feestelijke tijd: de grote thema’s van ons geloof vragen mijn aandacht en ik vind het leuk om er zo mee bezig te zijn.
Op internet kunt u meer lezen door via een zoekmachine te zoeken naar    KIJKWOESTIJN.
 Dit artikeltje is eerder verschenen in SAMENSPRAAK,
jaargang 16, nr. 4: jan/feb 2005.
Ik gebruik de lezingen van de A-cyclus omdat die het dichtst staan bij:
– de doopkatechese
– de symboliek van de paasnacht

Marca Wolterbeek