2021 Overweging bij Kruisweg vrijdag 2 april Anna-Bonifatiuskerk

De Kruisweg en de liefde van God

1. Het verraad van Judas

Mt. 26, 49-52

Judas die Jezus zou overleveren had een teken afgesproken: “Degene die ik zal kussen, die is het. Grijp Hem.” Hij ging recht op Jezus af en zei: “Gegroet, rabbi!,” en kuste Hem. Jezus zei tegen hem: “Vriend, ben je daarvoor hier?” Toen kwam de bende dichterbij, ze grepen Jezus en overmeesterden Hem. En kijk, één van de volgelingen van Jezus greep naar zijn zwaard, trok het, sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem zijn oor af. Toen zei Jezus tegen hem: “Steek je zwaard weer op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.”

Meditatie

Met een kus heeft Judas Jesus overgeleverd voor 30 zilverlin­gen, het inkomen dat een onge­schoolde arbeider in 4 maanden kon verdienen. Tegenwoordig zou dat iets meer zijn dan het minimum­loon, ongeveer €1500 per maand; over vier maan­den is dat €6000. Best veel geld. Geld is iets vreemds. Het is iets wat we nodig hebben, maar tege­lijk sugge­reert het aller­lei geweldige mogelijk­he­den die we niet kunnen beta­len, zodat we ons ingeperkt of gefrustreerd gaan voelen. En waartoe zijn we be­reid om die mogelijkheden wel te kunnen krijgen? Ik ben genoeg mensen tegenko­men die anderen op straat wilden zetten, alleen om meer geld te kunnen verdienen. En dan ken ik hun situatie niet, maar van Judas weten we die ook niet. Hij had misschien een dure hypo­theek, of een dure vrien­din. Dat maakt het be­­grijpe­lijker, maar het zijn natuur­lijk geen veron­tschuldigin­gen.

Het goede, de dingen die echt waardevol zijn, zijn gratis. Ze kunnen niet gekocht worden, en ook niet, wat Petrus probeert, met geweld worden verkre­gen. Het goede kan je niet kopen en niet afdwin­gen: het goede komt zomaar. 

2. Het oordeel van Pilatus

Mt. 27, 17‑19, 21, 24

Pilatus sprak tot het volk: “Wie wilt u dat ik zal vrijlaten: Barabbas of Jezus, die Christus wordt genoemd?” Hij wist heel goed dat ze Hem uit nijd overgeleverd hadden. Terwijl hij op zijn rechterstoel gezeten was, stuurde zijn vrouw hem de boodschap: “Laat u niet in met deze rechtschapen mens, want ik vannacht in een droom veel om Hem moeten doorstaan.” Pilatus sprak opnieuw: “Wie van de twee wilt u dat ik zal vrijlaten?” Ze zeiden: “Barabbas.” Toen Pilatus zag dat hij niets verder kwam, maar dat er veel­eer tumult ontstond, liet hij water brengen en waste ten overstaan van het volk zijn handen, terwijl hij verklaarde: “Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtschapen man; gij moet het zelf maar verantwoorden.”

Meditatie

Pilatus wist dat het volk wilde dat Jezus werd veroordeeld, alleen omdat ze nogal boos op Hem waren. Zijn vrouw zei ook dat Jezus rechtvaardig was. Maar Pilatus wil niet tegen het volk ingaan. Dat vraagt te veel inspanningen. Dan moet hij met al dat tumult omgaan, op de vrijdagmiddag nog wel. En hij is ook bang voor wat zulke boze mensen hem zouden kunnen aan­doen. Recht­vaardig­heid was voor hem daarbij vergeleken niet be­langrijk. Niet alleen hebzucht, zoals bij Judas, maar ook laf­heid en lui­heid ver­oor­zaken veel lijden. 

3. De geseling van Jezus

Lucas 22:63-64

De mannen die Jezus bewaakten, bespotten en sloegen Hem. Ze wierpen een doek over zijn hoofd en vroegen Hem: “Wees nu eens profeet: Wie is het die U geslagen heeft?” Nog vele andere be­schimpingen voegden ze Hem toe.

Meditatie

Johannes schrijft dat de liefde die God is, zich onder ons heeft geopenbaard omdat God zijn enige Zoon in de wereld heeft gezonden om ons het leven te brengen. Bij die wereld horen ook soldaten, die de enige Zoon van God gebruiken voor hun spelle­tjes. Zelfs deze scene geeft aan hoe groot de liefde van God is voor mensen, die dit zijn Zoon aandoen, terwijl toch God mens is geworden.

Hoe wanhopig de kruisweg er ook uitziet, we moeten ons niet vergissen, juist daardoor wordt de liefde van God voor de mens zichtbaar, die sterker is dan zelfs de marteling van de Kruisweg.

4. De bespotting van Jezus

Mt. 27, 28-30

De soldaten trokken Hem zijn kleren uit en hingen Hem een rode mantel om. Ook vlochten zij een doornenkrans, zetten die op zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in de rechterhand. Dan vielen zij voor Hem op de knieën en bespotten Hem met de woor­den: “Gegroet, koning der Joden!” Ze bespuwden Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op het hoofd.”

Meditatie

Jezus wordt bespot en gemarteld en Hij laat het toe en Hij zwijgt; God zweeg ook. Ook wij vragen vaak aan God: “Waar­om, Heer?” Waarom is er een pandemie en worden mensen ziek? Waarom raken mensen hun baan en hun geld kwijt? Waarom zijn mensen soms zo uitzichtsloos eenzaam en ongeluk­kig? En een antwoord krij­gen we niet. Maar vanmiddag probe­ren we om ons verdriet en onze ge­schokt­heid, ons lijden en ons onbegrip te verbinden met het lijden van Christus, zodat geweld en oorlogen en het verdriet en de een­zaamheid van de mensen niet meer zo zin­loos zijn. Ook zulke dingen zijn verbonden met het godde­lijke. Ergens, op een ma­nier die we niet kunnen begrijpen, heeft het een plaats bij onze God.

5. God en mens

Paulus in de brief aan de Philippenzen 2:6-8

Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zich van zijn goddelijkheid ontdaan en is aan de mensen gelijk geworden. Hij heeft zichzelf vernederd en werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan het kruis.

Meditatie

Uit liefde voor de mensen heeft God ook een mens willen wor­den. En daartoe heeft Hij alles prijsgegeven: zijn godde­lijk­heid, zoals Pau­lus schrijft, maar ook zijn goede naam, zijn zelfres­pect, en straks zijn leven. Jezus is een misdadiger die geëxe­cuteerd zal worden. Zozeer had God de mensen lief dat Hij niet zomaar een mens werd, maar een mens die heel ver af kwam te staan van de glorie en macht van God. De liefde van God om­vat de gehele mensheid. Ook de mens die ont­luisterd is, die geslagen is en ver­oordeeld, ook die wordt door God liefge­had.

6. De kruisiging van Jezus

Lc. 23, 33

Toen ze op het zogeheten Schedelveld aankwamen, sloegen ze Hem daar aan het kruis, en ook twee misdadigers, de één rechts en de ander links van Hem.

Een bekend gedicht van Martinus Nijhoff heet `de soldaat die Jezus krui­sigde’. In het gedicht ontdekt de soldaat dat de­gene die hij aan het kruis slaat, juist hem blijkt lief te hebben en om zijn liefde vraagt. De soldaat slaat door want dat was hem opgedra­gen. Maar door die liefde verandert alles en hij voelt de spijker in zijn eigen hand, omdat ook hij Jesus lief is gaan hebben.

            Wij sloegen hem aan’t kruis. Zijn vingers grepen

            wild om de spijker toen’k de hamer hief.

            Maar hij zei zacht mijn naam en “heb mij lief.”

            En’t groot geheim had ik voorgoed begrepen.

            Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,

            en werd een gek die bloed van liefde vroeg:

            ik had hem lief, en sloeg en sloeg en sloeg

            de spijker door zijn hand in het hout dat barstte.

            Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand

            trek ik een vis, zijn naam, zijn monogram,

            in iedere muur, in iedere balk of stam,

            in mijn borst of hurkend in het zand.

            en antwoord als de mensen mij wat vragen:

            “Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.”

7. De dood van Jezus

Mc. 15, 33-37

Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het hele land, tot aan het negende uur toe. En op het negende uur riep Jezus met luider stem: “Eloï, Eloï, lama sabaktani!” Dit is ver­taald: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten.” Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest.

Meditatie

Onder het kruis staan degenen die Jezus het meest liefhebben: Maria, zijn moeder, Johannes, de leerling die Jezus lief­had, en volgens de evangelist Johannes ook Maria Magdalena. Zij horen zijn kreet van wanhoop: “mijn God mijn God, waarom hebt Ge mij verlaten.” En ze zijn bij zijn sterven. Dat zijn vormen van lijden waar mensen vaak niet meer overheen komen. Dan ra­ken ze verbitterd, en soms vereenzamen ze omdat ze geen aan­dacht meer aan anderen kunnen geven. Maar Johan­nes zou later schrijven dat alle liefde van God komt en zelfs dat God liefde ìs. Ik denk dat hun aanwezig­heid onder het kruis uit­drukt dat zelfs die uiter­ste Godverla­ten­heid door de liefde die God is, over­won­nen kan worden.

8. De graflegging van Jezus

Joh. 19, 38-42

Daarna ging Jozef van Arimatea, een leerling van Jezus maar in het geheim uit vrees voor de Joden, aan Pilates vragen of hij het lichaam van Jezus mocht weghalen. Pilatus stond dit toe en hij nam het lichaam weg. Nikodemus, de Hem vroeger ‘s nachts had bezocht, kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer 10 pond. Ze namen het lichaam van Jezus, wink­kelden het met de welriekende kruiden in zwachtsels, zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk. Op de plaats waar Hij ge­kruisigd werd, lag een tuin en in die tuin een nieuw graf. Hierin legden ze Jezus neer.

Meditatie

Josef van Arimatea en Nikodemus leggen, zorg­zaam, Jesus neer in een grafheuvel, met bomen ernaast. Nu rust hij in het graf. Het lijden is uitgewoed en de vrede, een vrede als in een tuin, begint te dalen over de aarde. En ook wij waken bij zijn graf en verwachten zijn opstan­ding. Laten we in onze geest en in ons lichaam zijn dood be­waren opdat zijn leven in ons werk­zaam zal wor­den en we de kracht van zijn verrij­zenis zullen ervaren.

9. De hemel

Paulus in de brief aan de Phi­lippenzen 3, 10‑11

Ik wil Christus kennen; ik wil de kracht van zijn opstanding gewaar worden en de gemeenschap met zijn lijden; ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven, om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden.

Meditatie

De vorige paus heeft een keer gezegd dat de hemel ontstaat waar God en mens elkaar ontmoeten. Dat gebeurde bij uitstek in Jezus van Nazareth. En op Goede Vrijdag ontmoette God de mensen die zijn zoon bespotten en geselden en aan een kruis sloegen. Toen ont­stond de hemel zelfs voor een moorde­naar, zelfs voor degenen die riepen “kruisigt Hem, kruisigt Hem” en zelfs voor ons, voor heel de onverschil­lige moder­ne wereld, waarin zoveel kerken niet meer gebruikt worden en waar nog maar weinigen onder de 40 jaar belangstelling hebben voor het lijden van Christus. Ook voor ons, opdat wij uit de dood zullen op­staan, zoals Paulus zegt, opdat wij in Gods liefde opgenomen kunnen worden, is Jezus aan het kruis geslagen. Wie de diepte van die liefde beseft, kan niet anders dan op zijn beurt Jezus daar­voor liefhebben.

Peter Commandeur