2024 Preek zondag 12 Mei

Naar aanleiding van de lezingen van 1 Joh. 4,11-16 en Joh. 17,11b-19

Het Johannesevangelie is geschreven in de jaren negentig van de eerste eeuw. De splitsing tussen Joden  van de synagoge en messias-belijdende Joden veroorzaakte groot verdriet in de gemeente van Johannes. Hele families raakten erdoor verdeeld. Eenheid was dus een zeer belangrijk thema, een levend thema.

Jezus bidt in het evangelie van Johannes in wat we het hogepriesterlijk gebed zijn gaan noemen, dat zijn leerlingen mogen standhouden in de wereld en dat ze allen een zijn. Standhouden in een wereld  die het hun niet makkelijk maakt, en dan ook nog in saamhorigheid standhouden.

Jezus vraagt dat de leerlingen het in die wereld van spanningen met elkaar mogen redden. Ze hadden toen te maken met een verdeelde christelijke geloofsgemeenschap die leeft in angst en verwarring en die bovendien leed onder de heftige tegenstand van de synagogen in de omgeving.  Jezus bidt hartstochtelijk om eenheid in de kleine geloofsgemeenschap van de eerste leerlingen met wie Hij de laatste avond van zijn leven doorbrengt: bewaar hen! Mogen ze een zijn. Een blijven in de naam van God, en dat betekent zowel het geloof belijden als gelovig leven in de naam van God: met eerbied, respect, bekommernis om de medemensen. Hoe blijven de leerlingen saamhorig en toch ook zichzelf – met ongetwijfeld hun eigen beelden van God, ondanks de grote gemeenschappelijke deler van liefde voor God, elkaar en de medeschepselen.

En hoe gaan wij om met de  uiteenlopende opvattingen in onze gemeenschap. Sluiten we ons af voor mensen met andere denkbeelden en gewoonten? Of oefenen we ons in eenheid in verscheidenheid?

Misschien herkent u mijn ervaring wel: Toen ik nog bij mijn ouders woonde in de Noordoostpolder aan een van die lange buitenwegen, midden tussen de eindeloze akkers werd ik uitgenodigd door de pastoor van ons dorp. Hij nodigde ook andere pubers uit om te komen. Op een avond zaten we rond de tafel bij een van de boerengezinnen thuis. Op de tafel stond een prachtige bos bloemen. De pastoor startte het gesprek met de vraag of ieder van ons wilde vertellen hoe de bonte vaas met allemaal                            verschillende bloemen, midden op de tafel, er uit zag. Kunt u zich voorstellen dat het allemaal verschillende verhalen werden? De een beschreef de schilderingen op de vaas als blauw met wat rood en de gele narcissen; de ander zag juist de geel-groene schilderingen op de vaas en beschreef de rode tulpen die aan haar kant het meest zichtbaar waren. En zo verder. De pastoor vroeg ons na het rondje wat we nu precies beschreven hadden. Het duurde even, maar uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat we allemaal dezelfde vaas met bloemen hadden beschreven, maar ieder vanuit zijn of haar invalshoek. Kijk, zie de pastoor toen, dat bedoel ik nu. Zo is God ook. We gebruiken allemaal verschillende omschrijvingen, maar we mogen ervanuitgaan dat Hij zo groot is dat we er met al onze omschrijvingen in passen. En wat we ook nog deden was het samen achterhalen wat we bedoelen met eenheid in verscheidenheid. Want omdat we de vaas met bloemen die nu even God verbeeldt, goed bekijken en ons er mee bezighouden zijn we een, maar we blijven onze eigen visie houden – en dat mag.

Dit gesprek van onze pastoor met ons was een grote eye-opener. Het gaf me zicht op hoezeer mijn visie kon verschillen van de ander op dezelfde God, en het verloste me ook van de benauwende gedachte dat ik altijd op dezelfde manier over God zou moeten denken, dat ik me niet zou mogen ontwikkelen in mijn visie, dat ik niet een andere plaats in de kring zou mogen innemen om de vaas met bloemen te bekijken en de andere visie op die vaas voor een tijd de mijne noemen.

Dat kan heel verwarrend zijn, maar in de evangelieverhalen is ook sprake van verwarring. Er gebeuren allerlei merkwaardige dingen en het is te snappen dat de leerlingen af en toe niet meer weten waar ze aan toe zijn. Jezus was gestorven en daar hadden ze zich min of meer bij neergelegd, maar kort daarna zagen ze hem weer. Ze konden het eigenlijk niet geloven en begonnen aan zichzelf te twijfelen.  Waren ze nog wel toerekeningsvatbaar? Vervolgens worden ze door Jezus uitgenodigd om getuige te zijn van zijn hemelvaart en weer blijven ze in verwarring achter. Is het nu echt gebeurd of zijn we slachtoffer  van waanideeën of wensdromen?

Als dingen te ingewikkeld worden, sluiten we ons er eigenlijk het liefst voor af. Maar dat ons leven raadselachtig  en ondoorgrondelijk is, wil nog niet zeggen dat het onleefbaar is. De verwarring die na Hemelvaart optreedt bij de leerlingen is weliswaar geen goede startpositie voor een enthousiaste verkondiging van de blijde boodschap, maar er gaat wel iets gebeuren.  Er moet iets gebeuren. Er moet nieuw vuur aangestoken worden.

De Geest zal en moet ons gaan raken. Door alle tegenstrijdige elementen van dit leven heen zal de warme adem van Gods Geest ons het vertrouwen moeten geven dat God in alle verwarring gezien kan worden en wel vanuit het perspectief van waar we op dat moment in ons leven staan. De Geest zal ons aan blijven zetten, hoe we er ook voorstaan, tot genezing en vergeving. De onoplosbare tegenstrijdigheden in deze wereld en in ons hoofd mogen ons niet verlammen, maar kunnen, wanneer de Geest ons aanvuurt, zo verschillend als we zijn, ons juist aanzetten tot een gloedvolle inzet om deze wereld beter te maken.

Daarom horen wij Jezus tot zijn vader bidden: “Zoals Gij mij in de wereld gezonden hebt, zo zend ik hen in de wereld.” Zijn voorbeeld en vertrouwen, zijn Geest, kunnen wanneer we verward en verbijsterd zijn bij het zien van de grilligheden van dit leven ons steunen. We zullen die verwarring zien als horend bij het leven en daarmee te boven komen zodat we met vuur en geest kunnen leven en ons zo vol kracht gezonden voelen naar onze naasten .

Laten we ons maar vast verheugen op het hoogfeest van Pinksteren. Laat de warme gloed van de Heilige Geest maar komen. Laten we vanuit de vele gezichtspunten en de chaos vertrouwen op die ene God, die ons kent en zo groot is dat iedereen bij Hem terecht kan.

Uschi Janssen